Wat is Working Equitation?

In Zuid Europese landen, Zuid & Noord Amerika, Australië werken de mensen nog altijd dagelijks te paard op het land. Op grote afstanden worden de stukken grond gecontroleerd; kudde dieren verplaatst; (zieke) dieren nagekeken en meer van deze dergelijke dagelijkse dingen. Dit gaat allemaal te paard waarbij zij onderweg vele obstakels tegenkomen, te denken aan poorten die geopend en gesloten moeten worden, rivieren die overgestoken moeten worden, greppels & bruggen. Kudde dieren die bij elkaar moeten blijven en ook al deze obstakels moeten nemen.

Onderweg wordt er gegeten en gedronken. Fruit uit bomen geplukt, waterflessen overgegeven. 

Tijdens de rust pauzes, tijdens het wachten, tijdens het “ontsnappen van een dier” of een aanval van een ander dier, vertrouwen de ruiters op hun paard, de samenwerking – de dapperheid & wendbaarheid.

Op vrije dagen (zondagen) zijn er vaak vormen van samenkomen om gezellig met elkaar te kunnen genieten. Tijdens deze dagen is er een traditie ontstaan om te laten zien hoe goed je paard is, hoe goed de samenwerking is; hoe wendbaar – hoe snel – hoe dapper & gehoorzaam je paard is. Deze traditie is van vader op zoon overgegaan en hieruit is de Traditionele Working Equitation ontstaan.

Uiteindelijk is het op grote schaal verder gegaan. Ruiters zonder vee die zichzelf gingen meten aan de ruiters van het land. Andere landen die geen groot grondbezitters zijn – geen veedrijf traditie (meer) hebben, maar die zich in hun eigen kleding en optoming wilde meten aan de Zuid Europeanen – Zuid & Noord Amerikanen – Australiërs.

Zo is rustig aan via Portugal & Spanje – Frankrijk & Italië deze sport Working Equitation naar Nederland gekomen.

De Trec Club Nederland heeft ervoor gekozen om de Traditionele Working Equitation onder hun vlag te laten vallen. Dit omdat de Trec Club Nederland al lid is van de FITE & de FEI & de KNHS. De grootste organen van de paardensport. Zo is de TWE in het paardensport bestand opgenomen in Nederland.

Hoe zien de TWE wedstrijden eruit?

4 onderdelen op 4 niveaus.

Op alle niveaus worden alle onderdelen gereden (mits de mogelijkheden van de locatie)

Niveau B: Stap & draf met 2 handen.

Niveau L: Stap & draf & galop met 2 handen. Galopwissels over draf of stap.

Niveau M: Stap & galop met 2 handen. Galopwissel vliegend.

Niveau Z: Stap & galop 1 handig. Galopwissels vliegend.

De 4 onderdelen:

Dressuur.

Het eerste onderdeel is vergelijkbaar met een reguliere dressuurproef, met verplichte oefeningen in een vaste volgorde, maar met vrije choreografie en muziek, en traditionele kleding stijl. Een jury beoordeelt iedere oefening met punten.

Stijl trail.

Het stijl trail-parcours bestaat uit 10-15 obstakels, waarbij een jury onder andere de dapperheid, wendbaarheid en gehoorzaamheid beoordeelt met punten.

Speed trail. 

Het speed trail-parcours bestaat uit 10-15 hindernissen, dit kan hetzelfde parcours zijn als de stijl trail. Hierbij is alleen de tijd belangrijk. Hoe minder fouten je maakt, hoe beter de samenwerking, des te sneller is je tijd.

Runderwerk.

Uit een groepje van 10-15 runderen, moet een door de jury aangewezen rund worden afgezonderd binnen een vastgestelde tijd. Daarna wordt het dier weer teruggebracht bij de kudde. Dit onderdeel wordt verreden over twee manches.

Vera Magerij